In de kraamstal bij Wilco Harmsen is het rustig. De biggen lopen van binnen naar buiten en weer terug naar de zeug. Nieuwsgierig, maar op gepaste afstand. Buiten in de wei scharrelen de drachtige zeugen. De modderpoel is dichtbij, net als de schaduw. “Varkens vind ik helemaal geweldig”, zegt Wilco. “Ze zijn intelligent. Als je met een schone overall de stal in komt, ruiken ze dat meteen. Dan komen ze kijken wat er anders is.”

Wilco is 45 jaar, vader van drie kinderen en derde generatie op het bedrijf in Hengelo, Gelderland. Hij groeide op tussen de varkens en nam het bedrijf in 2016 over van zijn vader. Harmsen Biologische
Varkenshouderij is een vermeerderingsbedrijf met ongeveer 320 zeugen. De biggen gaan naar biologische vleesvarkenshouders in de regio. Het bedrijf is aangesloten bij De Groene Weg, die de biologische varkens in de keten vermarkt.
De stap naar biologisch werd in 2000 gezet door Wilco’s vader. In die tijd ging de varkenshouderij sterk richting schaalvergroting. Meegaan betekende groter worden. Niet meegaan betekende stoppen of kiezen voor een andere weg. Voor Wilco’s vader was schaalvergroting geen optie. Die andere weg werd biologisch. Dat vroeg om aanpassingen in stallen, voer en werkwijze. Het aantal zeugen ging eerst terug van ongeveer 250 naar 150. Later groeide het bedrijf weer door naar de omvang van nu. Voor Wilco past biologisch bij de manier waarop hij wil werken. Niet omdat gangbaar verkeerd is, benadrukt hij, maar omdat biologisch hem afwisseling, ruimte en contact met de dieren geeft. “Je bent niet de hele dag binnen. Je bent ook buiten, in de wei, tussen de dieren.”

Het verschil tussen biologisch en gangbaar zie je hier direct aan het stro in de stal en de buitenuitloop voor de varkens. Andere verschillen zijn bijvoorbeeld het biologische voer en de extra regels voor behandelingen en wachttijden. De biggen worden pas na een minimale zoogperiode van 42 dagen gespeend van de moederzeug. Ook de arbeid is anders. Waar in de gangbare varkenshouderij 250 tot 300 zeugen per arbeidskracht haalbaar kunnen zijn, rekent Wilco in zijn biologische systeem grofweg met 100 zeugen per arbeidskracht.
“Wil je alles netjes doen, dan heb je gewoon mensen nodig.” Op het bedrijf werkt een vast team. Iedereen heeft eigen taken, maar het werk gebeurt samen. De dag begint rond 7.00 uur met een eerste ronde langs de dieren. De kraamstallen krijgen als eerste aandacht. Daarna volgen de drachtige zeugen, de gespeende biggen, schoonmaakwerk, strooien, voeren en de planning voor de rest van de dag. In de winter vraagt het werk meer tijd. De dieren zijn dan minder buiten, waardoor er binnen meer wordt uitgemest en gestrooid. In de zomer lopen de dieren meer buiten. Daardoor is er minder werk in de stal en speelt een groter deel van het werk zich af op het erf en buiten. Dat maakt het werk lichter en afwisselender.
Wie met Wilco door de stal loopt, ziet dat hij op kleine signalen let. Een zeug die anders reageert. Biggen die het warme nest opzoeken. Of een dier dat even aandacht vraagt. Varkens hebben karakter. Ze zijn eigenwijs, slim en soms aanhankelijk. Door de ruimte en de buitenuitloop laten ze hun natuurlijke gedrag meer zien. “Ze hebben een sterkere wil”, zegt Wilco nuchter. “Als ze iets niet willen, dan doen ze het gewoon niet.” Dat maakt het werk mooi. Medewerkers moeten kunnen kijken, aanvoelen en vooruitdenken. Niet alles staat in een schema, maar structuur helpt wel. Wilco werkt daarom met vaste dagen en vaste routines. Zo weet iedereen wanneer er geïnsemineerd wordt, wanneer groepen doorschuiven en waar extra aandacht nodig is.
Werner werkt via Abeos Agri drie dagen per week mee op het bedrijf van Wilco. Hij kent het ritme van de biologische varkenshouderij en ziet juist de afwisseling als kracht. Op een kleiner biologisch bedrijf leer je volgens hem sneller het totaalplaatje kennen. Je doet niet dagen achter elkaar hetzelfde werk, maar ziet hoe alles samenhangt: van de kraamstal tot de gespeende biggen en van strooien tot buitenwerk. Zijn tip voor nieuwe medewerkers is eenvoudig: schrijf de werkzaamheden op. “Er zit een patroon in, maar dat kun je niet allemaal in één keer onthouden.”

Groter worden hoeft voor Wilco niet. Zijn ambitie zit vooral in het bedrijf bij de tijd houden. Zo heeft hij sinds kort het aantal zonnepanelen uitgebreid en een accu aangeschaft. Daarmee wil hij aan het einde van het jaar energieneutraal zijn. Hij kijkt nuchter naar ontwikkelingen in de biologische sector. Regels rond huisvesting, schaduw en uitlopen blijven in beweging, maar moeten wel uitvoerbaar en betaalbaar blijven. Voor Wilco draait toekomstgericht ondernemen om balans: dierenwelzijn, werkplezier en continuïteit. Biologisch moet aantrekkelijk blijven voor boer én consument.
Op een varkensbedrijf gaat het werk altijd door. Dieren moeten elke dag zorg krijgen, ook als een ondernemer of medewerker tijdelijk uitvalt. Juist daarom is Wilco lid van Abeos Agri. Een paar jaar geleden merkte hij hoe belangrijk dat is. Door een oogongeval en de herstelperiode kon hij zelf minder doen. Voor een paar dagen kun je samen veel oplossen, maar voor langere tijd is echte vervanging nodig.
Een bedrijfsverzorger van Abeos Agri zorgde voor rust. Niet omdat het bedrijf dan vanzelf loopt, maar omdat iemand met kennis van agrarisch werk het ritme kan overnemen. Voeren, controleren, schoonmaken, registreren: het moet allemaal doorgaan. Abeos Agri is een vast onderdeel van het team op Wilco’s bedrijf. Werner draait drie dagen per week mee op het bedrijf en tijdelijke ondersteuning is
beschikbaar als dat nodig is. Samen kijken we wat het bedrijf nodig heeft. De medewerkers denken mee, nemen initiatief en sluiten aan bij Wilco’s manier van werken.
“Uiteindelijk moet je met elkaar de kar trekken”, zegt Wilco. Dat geldt voor het team op het erf, maar ook voor de samenwerking daaromheen. Voor Wilco betekent Abeos Agri vooral zekerheid: goede mensen op het juiste moment, zodat de continuïteit van zijn bedrijf geborgd blijft. En dat is precies wat je voelt als je op het erf loopt. Dit bedrijf draait op aandacht. Voor de zeug in het stro, de big die naar buiten loopt, de medewerker die zijn werk kent en de ondernemer die vooruitkijkt. Biologisch boeren is hier geen verhaal op papier. Het is elke dag doen wat nodig is, met elkaar.
