“Het zijn geen aardappels.” Jan ter Braak (64) zegt het nuchter, maar de boodschap is helder. Wie kippen vangt, werkt met levende dieren. Juist daarin zit al jaren de kracht van Abeos Agri: ervaren mensen, vaste gezichten en aandacht voor kwaliteit. Nu Jan het voormanschap overdraagt aan Zep Groot-Roessink (27), krijgt die manier van werken een nieuw vervolg. Niet door alles hetzelfde te houden, maar door vakmanschap over te dragen en tegelijk ruimte te geven aan vernieuwing.
Voor veel pluimveehouders is het vangen van vleeskuikens een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Abeos Agri ondersteunt daarin al jarenlang met vaste ploegen die op het juiste moment klaarstaan om het werk zorgvuldig uit te voeren. Jan begon in 1999 bij een voorganger van Abeos Agri, aanvankelijk één à twee keer per week naast het werk op zijn eigen boerderij. Dat was in de vangploeg, waar hij in 2003 voorman werd. Sindsdien groeide het werk flink. Waar Abeos Agri vroeger bij zo’n zes klanten kwam om kippen te vangen, zijn dat er nu vele malen meer. Ook de bedrijven waar de ploeg komt, verschillen sterk in omvang: van locaties met 7.000 kippen tot bedrijven met wel 200.000 dieren.

Met die groei veranderde ook het vak. Vroeger gebeurde het vangen volledig met de hand. Abeos Agri werkt inmiddels al zo’n twintig jaar met machinaal vangen van vleeskuikens. Die ervaring zit niet alleen in het kennen van de machine, maar vooral in het werken ermee op het erf en in de stal: weten wat past bij een bedrijf, hoe je rust bewaart en hoe je het werk goed en veilig uitvoert. Jan zag het werk in die jaren steeds professioneler worden. Waar boeren vroeger soms zelf nog meevingen, zet Abeos Agri nu complete ploegen in met een duidelijke werkwijze en vaste aanspreekpunten. Juist die combinatie van ervaring, kwaliteit en meebewegen met nieuwe ontwikkelingen maakt dat veel boeren graag met deze vangploeg werken.

Volgens Jan zit de grootste uitdaging niet eens in het vangen zelf, maar in de planning. Die komt vaak pas kort van tevoren binnen. Dan moet de puzzel snel, maar ook goed gelegd worden. Bij handmatig vangen heb je meer mensen nodig dan bij machinaal vangen, dus het luistert nauw wie je waar inzet. Tegelijk wil je waar mogelijk met vaste gezichten bij dezelfde boer werken. Dat zorgt voor vertrouwdheid, gezelligheid en kwaliteit. Daar komt nog bij dat de werktijden onregelmatig kunnen zijn. “Wie ’s nachts heeft gewerkt, bel je niet zomaar de volgende ochtend weer uit bed”, vertelt Zep. Juist daarom moet je als voorman steeds vooruitdenken. In die praktijk groeit Zep nu in zijn nieuwe rol. In 2026 neemt hij tijdens vakanties al Jans werk waar. In 2027 neemt hij de volledige taak als voorman van de vangploeg over, met Jan als achtervang. Zep kent de boeren inmiddels goed, draait mee in de vangploeg en leert het werk stap voor stap van binnenuit. Zo krijgt de overdracht rustig vorm: niet met een plotselinge wissel, maar door ervaring en verantwoordelijkheid een tijdlang naast elkaar te laten lopen.
De samenwerking tussen Jan en Zep is daarbij veelzeggend. "Jan praat veel, ik minder", zegt Zep lachend. Jan werkt graag op papier, Zep ziet kansen om zaken digitaler te organiseren. Jan zegt daar nuchter over dat het voor hem goed werkt zoals hij het doet, maar dat Zep het straks op zijn eigen manier gaat doen. “Iedere tijd zijn charmes.” Zep waardeert de kennis, de rust en het netwerk dat Jan in al die jaren heeft opgebouwd. Samen sparren ze over de planning en over de beste aanpak voor de boer. “Je moet meebewegen”, zeggen ze. Dat meebewegen is ook zichtbaar in de ontwikkeling naar meer machinaal vangen. Die keuze draait niet alleen om efficiëntie, maar vooral om kwaliteit. Een vangmachine zorgt voor meer rust in de stal. Het geluid blijft constant, er is minder onrust en minder lichtprikkel voor de dieren. Daardoor blijven kippen rustiger zitten. Voor medewerkers is het werk bovendien minder zwaar. Daarom is machinaal vangen een mooie ontwikkeling: het ondersteunt het dierenwelzijn én helpt het
verlichten van het werk voor medewerkers.
De overgang naar meer machinaal vangen is mooi, maar volgens Jan en Zep zit de echte meerwaarde nog altijd in de mensen eromheen. Boeren weten wie er komt en ook bij wie ze terecht kunnen als er tijdens het werk iets speelt. Dat geeft rust en vertrouwen. De vangploeg bestaat uit een vast team. Zoals Zep het zegt: “Als een boer hoort wie er komt, dan weet hij dat het goedkomt.” Ook binnen het team is de onderlinge band sterk. Die collegialiteit en gezelligheid maken het werk mooi. En zoals Jan zegt: “Je moet het samen doen.” Die gemoedelijkheid merk je ook bij de boer aan tafel. “Bij de boeren is het eten en drinken altijd goed verzorgd”, vertelt Jan. Die waardering en het prettige contact maken het werk voor de ploeg extra waardevol.
Kwaliteit betekent meer dan tempo maken. Jan is daar uitgesproken in. “Het vangen moet goed gebeuren, niet snel.” In zijn ogen moet het kloppen voor de hele driehoek: boer, vangploeg en slachterij. Als één partij een negen haalt en de ander een vijf, dan is de klus niet geslaagd. Die manier van kijken past precies bij Abeos Agri. Niet de korte klap, maar het gezamenlijke resultaat staat voorop. Met respect voor dier, mens en bedrijf. Jan kijkt met vertrouwen naar de overdracht. Niet omdat Zep alles hetzelfde gaat doen, maar omdat de basis overeind blijft. Goede mensen, heldere afspraken en kwaliteit voorop. De vorm verandert misschien, met meer techniek en een nieuwe generatie aan het roer. De kern blijft volgens Jan hetzelfde: “Het belangrijkste is dat de boer en de jongens tevreden zijn.”

Lijkt het je mooi om samen met een vaste ploeg aan de slag te gaan en te werken op pluimveebedrijven in de regio? Zep en Jan zijn altijd op zoek naar enthousiaste nieuwe collega’s.