Abeos
  1. Netwerk
  2. Een interview met Albert van Loo

Een interview met Albert van Loo

Na 46 jaar als bedrijfsverzorger gaat Albert van Loo (66) in augustus 2026 met pensioen.

Albert zegt bijna nooit nee. Ook niet als hem gevraagd wordt om samen terug te blikken op zijn jaren bij Abeos Agri. Al snel blijkt waarom hij zo lang op zijn plek is in dit vak: hij denkt mee, pakt aan en zegt waar het op staat. Met humor, met overtuiging en altijd met oog voor de mensen op het erf.

AV2026-04-29 ABEOS__AVK1342_JPG-10 x 15 cm-150dpi_FINAL.jpg

"Dan denk ik: ik heb er weer één geholpen."

Albert is opgegroeid op een kleine boerderij, met zo’n twintig koeien op een grupstal. Hij volgde de theoretische kant van de middelbare landbouwschool en stond al jong tussen de koeien. Op 1 mei 1980 kwam hij in dienst als bedrijfsverzorger. Sindsdien is hij op heel wat erven geweest, altijd met dezelfde instelling: kijken wat nodig is en zorgen dat het gebeurt. In die jaren ziet Albert het vak veranderen. Bedrijven worden groter, werkzaamheden specialistischer en de manier van werken professioneler. Maar de kern blijft voor hem hetzelfde: je komt ergens om te helpen. Soms voor een paar uur, soms voor weken. Soms voor het melken, soms voor alles eromheen. “Van kortlopende opdrachten krijg ik de meeste voldoening”, zegt Albert. “Dan denk ik: ik heb er weer één geholpen.”

Tijdens de koffie gebeurt het

Wie Albert hoort vertellen, merkt snel dat bedrijfsverzorging voor hem meer is dan de klus op papier. Natuurlijk moet het melken gebeuren, het jongvee verzorgd en de stal netjes achterlaten. Maar minstens zo belangrijk is het gesprek aan de keukentafel of in de melkstal.
Aan de koffie gebeurt volgens Albert vaak minstens zoveel als in de stal. “Dan hoor je wat er echt speelt”, zegt hij. “En dan kun je meedenken over wat er nog meer nodig is.” Moet er nog zand van de kuil? Kunnen de pinken nog ergens heen? Is dat ene perceel eigenlijk al aan de beurt voor monsters? Albert denkt mee. Praktisch en altijd met het belang van het bedrijf voor ogen. “Je moet elkaar helpen. En je moet eerlijk blijven.” Die houding levert vertrouwen op. “Bij sommige boeren word je bijna onderdeel van het gezin”, vertelt hij. Het zit voor Albert vaak in kleine dingen. Een kop koffie die in de melkstal wordt gebracht. Even een praatje maken onder het werk. “Dat houdt de sjeu erin. Dan doe je het niet alleen voor het werk, maar voor de waardering.”


Van zilveruien tot mollen vangen

Van zilveruien tot mollen vangen

Albert houdt van afwisseling. Liever korte klussen en nieuwe plekken dan jarenlang hetzelfde adres. “Ik moet getriggerd worden”, zegt hij. Dat past bij zijn loopbaan. Hij molk, mestte uit, hielp bij kalveren, legde graszoden en werkte in de aardappelselectie. In de wintermaanden werkte Albert daarnaast acht jaar bij een boomkwekerij. Ook was hij een jaar actief als bedrijfsleider op een kwekerij. Daarnaast vangt Albert al ruim dertig jaar mollen. Dat doet hij nog steeds. Mollenvangen werd een specialisme op zich. Het werk liet zich goed combineren met ochtend- en avondmelkbeurten. Vijftien jaar geleden reed hij als een van de eersten met een quad het land op. “Dat geloop was ik goed zat”, zegt hij droog. De quad kwam er. En tot op de dag van vandaag is hij daar blij mee.

Ook de verhalen van vroeger komen met glans terug. Zoals de zilveruienoogst in Flevoland in de jaren tachtig. Met een hele ploeg bedrijfsverzorgers gingen ze op pad. Branders, trekkers, kiepers en zelfs een caravan voor de koffie gingen mee. “Wat hebben we daar allemachtig veel schik gehad”, vertelt Albert. “Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Druk als de vrachtwagens vol moesten en met elkaar de volgende ronde voorbereiden.” Juist dat teamgevoel blijft hem bij. Samen iets voor elkaar krijgen.

Iemand die betrokken blijft

Albert is scherpzinnig en duidelijk. Wie met hem praat, merkt dat hij graag meedenkt en net zo graag doorvraagt. Niet om te remmen, maar om zaken beter te maken. Voor de organisatie, maar vooral ook voor de collega’s die dagelijks het werk op de bedrijven doen. Die betrokkenheid stopt voor Albert niet zodra het werk op het erf klaar is. Hij zet zich al jaren in voor de vereniging van bedrijfsverzorgers, waarvan hij de laatste twintig jaar voorzitter is. Ook binnen de OR en de personeelscommissie is hij actief. “Collegialiteit houd ik heel hoog”, zegt hij. “Ik ben wel een beetje een betweter.” Het is typisch Albert: eerlijk over zichzelf, met humor, maar ondertussen staat hij ergens voor.

In een periode waarin veel veranderde binnen de organisatie, zette hij samen met collega’s een actie op touw. Zo’n 150 bedrijfsverzorgers lieten daarmee zien dat de mensen achter het werk niet vergeten mogen worden. Albert gaf symbolisch een stoel met een afgezaagde poot met als boodschap dat een stevige basis belangrijk is. De stoel bleef lange tijd op kantoor staan. Als herinnering dat besluiten altijd over mensen gaan. Tijdens het interview hoort Albert dat dit verhaal jaren later nog steeds wordt verteld binnen de organisatie. Dat de stoel bewust is blijven staan, juist om dat besef vast te houden. Het raakt hem zichtbaar. “Echt waar?”, vraagt hij. Even is het stil. Het blijkt dat zijn actie meer impact had dan hij destijds misschien zelf dacht.


Beginnen met ketels, eindigen met ketels

Beginnen met ketels, eindigen met ketels

In 46 jaar komt Albert op veel bedrijven. Moderne melkstallen, grote koppels, specialistisch werk. Maar een van zijn laatste vaste adressen brengt hem terug naar het begin: melken op een grupstal, met ketels. “Ik ben begonnen met ketels en ik eindig met ketels”, zegt hij. Hij beweegt mee met de tijd, maar vergeet nooit waar het vak vandaan komt. Hij ziet ook dat het werk fysiek zwaar is. Toch zegt hij bijna nooit nee. “Ze moeten niet om je heen kunnen”, vindt hij. Dat betekent: vakbekwaam zijn, aanpakken en zorgen dat een ondernemer op je kan rekenen. Tegelijk is hij nuchter over het afscheid. In augustus
is het mooi geweest. Vervelen gaat hij zich niet. Thuis houdt hij Texelaar schapen en ook daar zit hij, fanatiek als hij is, in het bestuur. Voor de vereniging regelt hij onder andere de fokdag.

Machtig mooi

Dat Albert gewaardeerd wordt, blijkt niet alleen uit de verhalen van collega’s en boeren. Enkele jaren geleden werd hij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Zelf had hij niets door. Hij dacht zelfs dat de bijeenkomst voor zijn zus was georganiseerd. Die ochtend stond hij, zoals altijd, gewoon op een melkadres. De boer daar wist wél wat er ging gebeuren en stuurde hem op tijd naar huis. Albert wilde eerst nog even het werk afmaken. Dat typeert hem. Thuis lag zijn pak al klaar en even later stond hij tussen familie, collega’s en bekenden. Voor Albert was vooral dát bijzonder. Niet het lintje op zich, maar het feit dat mensen de moeite namen om erbij te zijn. “Dat mensen er dan zijn”, zegt hij. “Dat is machtig mooi.”

AV2026-04-29 ABEOS__AVK1179_JPG-10 x 15 cm-150dpi_FINAL.jpg

"Geen enkele droom is te gek, zolang je er maar voor gaat."

Het past bij Albert. Hij staat vooraan als er iets moet gebeuren, maar uiteindelijk gaat het hem om anderen: boeren die hulp nodig hebben, collega’s die gehoord moeten worden en werk dat netjes achterblijft. Na 46 jaar sluit Albert van Loo zijn loopbaan als bedrijfsverzorger bij Abeos Agri af met een dik boek vol verhalen. Scherp, sociaal, principieel en nuchter. Iemand die zegt waar het op staat en daarna gewoon de stal inloopt om het werk af te maken. Zijn gouden tip aan collega’s past daar precies bij:
“Geen enkele droom is te gek, zolang je er maar voor gaat.”

AV2026-04-29 ABEOS__AVK1303_JPG-10 x 15 cm-150dpi_FINAL.jpg